money het ontstaan van de kredietcrisis.

Het begon in Amerika. Mensen met risicohypotheken konden door dalende huizenprijzen en stijgende rentes hun hypotheek niet meer betalen. Wat niemand had voorzien is dat deze crisis oversloeg naar de internationale kredietmarkt.

1. Hoe zijn veel Amerikaanse woningbezitters in de problemen gekomen?

Veel arme Amerikanen met een lage kredietwaardigheid namen ‘een hypotheek op de toekomst’: risicovolle hypotheken met een lage aanvangsrente die scherp omhoog gaat na zo’n twee jaar. De voortdurende stijging van de huizenprijzen zou voor hen als vanzelf de hypotheek betaalbaar maken. Het idee is dat vóór de rentesprong (van soms wel 5 procentpunt) de woningbezitter een nieuwe hypotheek kan afsluiten tegen een gunstiger rentepercentage, gebruik makend van een hogere waarde van zijn woning. Dat gaat goed zolang de huizenprijzen stijgen en de rente laag blijft. Maar de rente steeg de eerste helft van 2007 terwijl de huizenprijzen niet of nauwelijks stegen. Een nieuwe hypotheek afsluiten lukt dan niet of kan alleen tegen een rentepercentage dat niet is op te brengen. Vandaar dat veel arme Amerikanen gedwongen werden hun huis te verkopen. Naar verwachting kan het aantal slachtoffers oplopen tot maximaal 2 miljoen huishoudens.

2. Hoe zijn deze problemen doorgestroomd naar de kredietmarkt?

De risico’s van dit soort hypotheken liggen niet alleen bij de huiseigenaren en de hypotheekbanken die de lening verstrekken. De hypotheekbanken verhandelen de hypotheken weer. Zij verkopen de hypothecaire leningen aan onder meer zakenbanken zoals Merrill Lynch. In ruil daarvoor ontvangen de hypotheekbanken geld dat zij weer uitlenen. Deze zakenbanken hielden de leningen ook niet vast. Ze bundelden ze en verkochten ze door aan derden, in pakketjes met verschillende risico’s: op een pakketje met veel risico werd een hoge rente betaald, op een pakketje met een laag risico een lage. Het risico werd zo op vernuftige wijze verspreid over verschillende beleggers. Toen veel huizenbezitters niet meer aan hun verplichtingen konden voldoen, bleken de pakketjes met een hoog risico zeer snel een groot deel van hun waarde te verliezen. De instellingen die zulke pakketjes hadden gekocht, hadden nooit verwacht dat ze zo snel zo veel zouden kunnen verliezen op deze beleggingen. Dat werd nog verergerd doordat die pakketjes vaak ook nog voor een deel met geleend geld waren betaald. Door het doorgeefspelletje was het bovendien niet altijd even duidelijk wie er precies in de problemen zat. Zo is het in verschillende delen van de wereld misgegaan en is de omvang van het probleem tot iedereen doorgedrongen.

3. Wat hebben kredietbeoordelaars met de crisis te maken?

Sinds het begin van de hypotheekmarktcrisis in de Verenigde Staten zwelt de kritiek aan op kredietbeoordelaars: bureaus die de financiële producten van een rapportcijfer, een rating, voorzien. Ze zouden te laat hun waardering voor de in nood verkerende hypotheekbanken neerwaarts hebben bijgesteld en te dicht betrokken zijn bij het ontwerp van complexe financiële producten. De kritiek bereikte een hoogtepunt, toen zowel de Franse president Sarkozy als eurocommissaris McGreevy (Interne Markt) in augustus aankondigde een onderzoek te willen houden naar de werkwijze van bureaus als Moody’s, Standard & Poor’s en Fitch. De EU gaat dus nu onderzoeken welke lessen moeten worden getrokken uit de recente kredietcrisis, waarbij dus ook gekeken wordt naar de rol van de kredietbeoordelaars. De Franse minister van Financiën Christine Lagarde suggereerde dat de EU zelf toezicht moet gaan houden op de kredietbeoordelaars. Maar volgens minister Bos is het daarvoor te vroeg.

4. Welke pogingen werden gedaan om de geldmarkt weer te stabiliseren?

Omdat banken niet meer wisten wie kredietwaardig was en wie niet, leenden zij elkaar geen geld meer. De rente die de banken elkaar in rekening brengen steeg tot boven het niveau dat de centrale banken beoogden, namelijk naar 4,6 procent in Europa (bij een officieel rentepercentage van 4 procent) en naar 6 procent in de VS (bij een officieel rentepercentage van 5,25 procent). Daarom pompten de Europese Centrale Bank (ECB) en de Federal Reserve (Fed) miljarden in de geldmarkt, later gevolgd door de Bank of England, die een noodlening verstrekte aan de Britse verlieslijdende hypotheekbank Northern Rock. Om de rust te laten terugkeren op de financiële markten ging de Fed zelf nog een stap verder. Tussen september 2007 en januari 2008 verlaagde de Federal Reserve (het Amerikaanse stelsel van centrale banken) het belangrijkste rentetarief van 5,25 procent in meerdere stappen naar 3,0 procent. Begin september kondigen zowel de ECB als de Bank of England aan hun rentetarieven ongewijzigd te laten en dus niet over te gaan op een renteverhoging of -verlaging. Daar hebben zij zich tot op heden aan gehouden.

 

5. Wat voor gevolgen heeft deze crisis voor Nederland?

Nog niet veel. In juli 2007 waren de blikken gericht op ING en Aegon. Zij hebben miljarden in Amerikaanse risicohypotheken belegd. Maar Aegon en ING zitten vooral in relatief ‘veilige’ subprime-hypotheken. De Nederlandse zakenbank NIBC meldde in augustus 2007 wel fors verlies te lijden op haar hypotheekportefeuille. Zij werd voor bijna 3 miljard euro verkocht aan de Ijslandse bank Kaupthing. NIBC ontkent echter dat deze verkoop te maken heeft met de financiële problemen. Tot nu hebben banken als ING, ABN Amro en Rabobank wel flink moeten afschrijven vanwege de kredietcrisis. Hoewel er sprake is van flinke verliezen, is de schade in vergelijking met veel grote buitenlandse banken nog te overzien. Ook Nederland kent risicohypotheken. Maar deze risicohypotheken ‘Europese stijl’ lijken zich bij een oplopende rente rustiger te gedragen. Bovendien is er in Nederland sprake van een veel strengere regelgeving. De kans dat zich een zelfde crisis voor zal doen als in Amerika is daardoor minder groot.

 


<<Home